Mijn band met het woord 'mama' is ingewikkeld. Al vier jaar proberen mijn man en ik een kind te krijgen. Het proces is langzaam en pijnlijk. Na twee miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een operatie, verschillende ingrepen en bijna twee jaar medicatie zonder resultaat, is het soms lastig om de moed erin te houden.
Als iemand me vraagt of ik moeder ben, zeg ik meestal nee, om het niet ongemakkelijk te maken. Maar diep van binnen weet ik het zelf ook niet. Ik voel me geen moeder, maar ook niet niet-moeder. Alsof de deur naar het moederschap op een kier stond, ik er even naar binnen mocht kijken, en hij daarna weer werd gesloten.
Al een tijdje voelde ik de behoefte om mijn verhaal te delen. Wanneer je zwanger bent, mag je het blije nieuws delen. Maar wat als het misgaat? Ik had het gevoel dat ik dat stil moest houden en dat voelde oneerlijk. Alsof er geen ruimte was voor mijn verhaal. Maar het mag er zeker wel zijn. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen die zich erin herkennen.
Toen mijn man en ik in 2021 de beslissing namen dat we klaar waren voor een kind, was het direct de eerste maand raak. We waren dolgelukkig, over ongeveer 9 maanden zou er een kindje van ons zijn. Ik had me nooit gerealiseerd dat het ook mis kon gaan. Maar bij de eerste echo werd ons verteld dat er geen hartslag was. Een ‘missed abortion’; het vruchtje groeit niet meer, maar je lichaam denkt nog dat je zwanger bent. Na de controle echo een week later besloten we medicatie te gebruiken om de miskraam op gang te helpen. De miskraam zelf verliep soepel met deze pillen. Het verdriet was groot. Toch duurde het niet lang tot de kinderwens sterker werd dan het verdriet.
Twee maanden na de miskraam, was ik weer zwanger. Toen ik hooguit zes weken zwanger was, werd ik op een ochtend wakker met een naar gevoel. Ik wist het meteen: dit was niet goed. Ik had nog geen bloed of krampen, maar ik voelde aan alles dat het misging. Ik meldde me af op mijn werk, misschien leek dat overdreven, maar ik wist gewoon wat eraan zat te komen. De volgende dag begon de miskraam.
Tegen de avond dacht ik dat het ergste achter de rug was. Ik wilde door, verder met mijn leven. Mijn man was degene die erop aandrong om toch een controle afspraak te maken, om zeker te weten dat mijn baarmoeder leeg was. Ik verwachtte daar weinig van—ik had zoveel bloed verloren, hoe kon er nog iets achterblijven? Maar bij de controle bleek dat er toch nog weefsel zat.
De dienstdoende gynaecoloog was ervan overtuigd dat ze het laatste restje ter plekke zou kunnen weghalen, het zat namelijk helemaal onderin de baarmoeder. Zonder voorlichting en verdoving probeerde ze het een aantal keer te pakken te krijgen. Zonder succes. Maar met erg veel pijn. Duizelig, met hevige krampen en nog een beetje in shock ging ik naar huis. Het was een vreselijk nare ervaring. Daarna hebben we altijd gevraagd wat een behandeling inhoudt. Ook zijn we op zoek gegaan naar een vaste gynaecoloog met wie we goed konden praten.
Bij de volgende afspraak (bij de man die nu onze vaste arts is), kreeg ik dezelfde medicatie mee om de miskraam op gang te helpen als de eerste keer. Ik had een voorgevoel dat het niet zou werken. Dit bleek helaas ook zo te zijn. Een week later kregen we te horen dat een curettage nodig was. Ik wilde dat eigenlijk niet. Ik wist dat er risico’s aan vastzaten, maar er was geen andere optie meer. Door de drukte in het ziekenhuis moesten we nog eens bijna twee weken wachten. Ik bleef maar bloeden, voelde me steeds slechter, lichamelijk en mentaal.
Na de initiële miskraam, de poging om het weg te krijgen tijdens de controle afspraak, de pillen en het wachten op de curettage, had ik niet veel reserves meer over. Het herstel van de curettage was dan ook lastig. Gelukkig verliep de ingreep goed en namen de artsen en verpleegkundigen alle tijd om iedere stap rustig uit te leggen.
Na een periode gericht op herstellen, was ik alweer een tijdje aan het werk, toen ik tijdens een zakelijke afspraak begon te bloeden. Op de terugweg kreeg ik ook erg veel buikpijn. Mijn moeder stelde voor om voor de zekerheid een zwangerschapstest te doen. De test was overduidelijk positief. Ik voelde direct een diepe angst opkomen: hier klopt iets niet.
Ik belde de spoedpost en legde de situatie uit. Ze namen het serieus, ik mocht direct komen. Bij aankomst stonden ze me al op te wachten. In het ziekenhuis werd een buitenbaarmoederlijke zwangerschap vastgesteld.
Uiteindelijk is het vruchtje uit zichzelf weggegaan. Een geluk bij een ongeluk, want dit komt zelden voor bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. We kwamen erachter, dat ik door deze zwangerschap nog maar één doorgankelijke eileider heb. Ook is rond deze tijd mijn schildklier te langzaam gaan werken. Na een jaar zonder energie en cyclus, werd hypothyreoïdie vastgesteld.
Vooral na de tweede zwangerschap had ik een diep gevoel van gemis. Ik wilde het verdriet tastbaar maken. Ik bestelde herinneringsdozen, waar ik kaartjes, mijn dagboek en de echo’s in bewaarde. Het zijn geen grote dingen, maar ze betekenen veel voor me. Bij de eerste zwangerschap was er verdriet om het verlies van de zwangerschap. Bij de tweede zwangerschap was er verdriet om het kindje waar ik al zoveel van hield.
In de dozen heb ik ook de echofoto’s bewaard, maar ernaar kijken blijft moeilijk. Vooral de foto van de echo nadat de eerste miskraam was vastgesteld. Het is zo duidelijk te zien dat het kindje niet leeft. Sindsdien heb ik geen enkele echofoto van anderen meer bekeken, ook niet die van mijn zussen. De herinnering aan die foto en alles wat dat teweeg brengt, is te pijnlijk.
Tijdens de miskramen heb ik veel geschreven. Dat hielp me mijn gedachten op een rijtje te krijgen en meer in verbinding te komen met mijn gevoel. Ik heb het moeilijk gehad met zwangerschappen van anderen. Niet omdat ik het ze niet gunde, maar omdat het me confronteerde met mijn eigen gemis. Mijn tweede zwangerschap viel samen met de zwangerschap van het tweede kind van mijn zus. Die negen maanden waren een worsteling. Ik had meer moeten uitspreken hoe moeilijk ik het vond, maar dat deed ik niet. Mede daardoor was het voor mijn omgeving lastig om mij steun te geven. Gelukkig gingen de jaloerse gevoelens en de constante confrontatie na de geboorte weg. Ik had er een neefje bij en daar was ik blij om.
In dit proces zijn er periodes geweest dat ik me niet serieus genomen voelde. Toen ik een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had, merkte ik dat er ineens veel medeleven was. Mensen begrepen niet dat juist de tweede miskraam bij ons het diepst zat.
De afgelopen jaren hebben me veranderd. Ze hebben me laten nadenken over vragen die ik eerder niet had. Waar zijn mijn kindjes nu? Wat geloof ik eigenlijk? Ik moest stil staan bij vragen waar ik anders misschien nooit over nagedacht zou hebben of pas later in mijn leven. Maar ik leerde mezelf ook beter kennen. Mijn man en ik groeiden naar elkaar toe. We leerden hoe we met elkaar moesten praten, dat we verschillend omgingen met onze gevoelens, en dat we niet altijd hetzelfde hoefden te denken of te ervaren. We stelden elkaar moeilijke vragen, zoals: wat als het niet lukt? Willen we dan nog steeds samen oud worden, ook zonder kinderen? Los van elkaar zijn we tot de conclusie gekomen, dat we ook zonder kinderen ons leven zo kunnen inrichten dat we gelukkig met elkaar kunnen zijn.
Ruim een jaar na de buitenbaarmoederlijke zwangerschap, na het oplossen van de schildklierproblematiek, zijn we bij de afdeling Voortplantingsgeneeskunde een fertiliteitstraject gestart. Ondanks medicijnen die mijn eitjes zouden moeten laten groeien, gebeurde er meer dan een jaar niets. De volgende ongewenste vraag kwam langzaam ons leven binnen: hoe ver willen we gaan? Stellen we onszelf een deadline? Of gaan we door tot een bepaalde behandelmethode?
Deze vraag hebben we nog niet beantwoord, want op de hoogste dosis van de tabletten, begon er toch ineens een eitje te groeien! Nu zitten we in een hoopvolle fase. En dat hebben we ook nodig. Want mentaal is dit een zware weg. Onzekerheid over jezelf en de toekomst, pijn, jaloezie, rouw -het hele pakket aan narigheid krijg je er gratis bij.
Gelukkig zijn er mensen die op me letten. Mijn man, onze families, onze gynaecoloog, medisch maatschappelijk werk. En onze hond Freddie. Hij was er al voor we een actieve kinderwens hadden. En we zijn zo blij dat hij er is in dit proces. Tijdens het herstel van de miskramen kwam hij bij me liggen, zorgde hij ervoor dat ik buiten kwam en bracht hij leven in de brouwerij. Freddie vervangt zeker geen kindje, maar hij houdt ons blij en op de been. En dat helpt. De kleine dingen helpen. Schrijven helpt. En hoop helpt. En ondanks alles, ondanks de pijn, kies ik ervoor om die hoop vast te houden.



