Acht jaar geleden leerde ik Pim kennen tijdens een bijbaantje in discotheek Bays. Ik zat aan de kassa, hij stond bij de deur als beveiliger. Via social media kregen we contact en voor ik het wist waren we aan het daten. Ik wilde eigenlijk helemaal geen relatie, ik kwam net uit een andere relatie en zou gaan backpacken in Thailand. Het was vooral voor de fun. Maar ook toen ik in Thailand zat, bleven we contact houden. En toen ik terugkwam en hij voorstelde om me op te halen van Schiphol, voelde dat eigenlijk wel heel erg fijn. Vanaf dat moment waren we samen.
Een jaar later kochten we samen een klushuis in Denekamp. Twee jaar lang hebben we geklust in onze vrije tijd, zonder dat we echte klussers waren. Het was pittig, maar ook een eerste relatietest die we samen doorstonden.
Pim is zeven jaar ouder en ik wist altijd al dat ik niet te lang wilde wachten met kinderen. Op mijn 25e stopte ik met de pil, ook omdat ik altijd het gevoel had dat zwanger worden voor mij niet vanzelf zou gaan. In Zeeland, bij het vakantiehuisje van zijn oma, hadden we het over trouwen. Met twee flessen wijn op zeiden we: “Dan doen we dat toch gewoon.” De volgende ochtend checkte ik of het nog steeds doorging. En ja hoor, op 17 september 2021 trouwden we.
Op dat moment was ik al een jaar gestopt met de pil, maar nog niet zwanger. Dat vond ik niet erg: ik kon in ieder geval een wijntje drinken op de bruiloft. Na de huwelijksreis naar Bonaire begon ik me toch zorgen te maken. Na de huisarts kwamen we bij de fertiliteitskliniek terecht. Na onderzoeken kregen we de diagnose ‘onverklaarbaar onvruchtbaar’. We kregen IUI voorgesteld en bij de eerste poging was ik al zwanger.
Alleen… ik voelde er weinig bij. Geen tranen, geen overweldigende emotie. Eerder een gelaten “oh, het is gelukt”. En Pim voelde het eigenlijk ook niet. Hij was druk met zijn werk en ik voelde me vaak alleen in het hele traject. Ik bracht zijn zaad alleen naar de kliniek, zat alleen bij de inseminatie en deed de test ook in mijn eentje. Ik zei stoer dat dat prima was, maar onderweg naar huis dacht ik: dit klopt niet.
De zwangerschap verliep op zich goed, maar genieten kon ik het niet noemen. Ik voelde me dik en lelijk, en het schoppen van de baby vond ik maar irritant. Ik wilde wel een kindje, maar zwanger zijn… nee, dat hoefde van mij niet.
Na 40 weken braken mijn vliezen. Het zette niet door, dus ik moest naar het ziekenhuis voor controle. Weer naar huis, wachten, en later die avond toch terug. Ik had hevige weeën, maar nauwelijks ontsluiting. Uiteindelijk kreeg ik een ruggenprik en weeënopwekkers. De volgende ochtend werd op 7 mei 2023 Sepp geboren. Toen hij eenmaal op mijn borst lag, voelde ik niet die overweldigende liefde waar iedereen het over heeft. Ik wilde eigenlijk gewoon douchen. Tegelijkertijd had ik een sterk beschermend gevoel: hij was van mij en ik wilde niet dat iedereen hem zomaar vast zou houden.
De kraamtijd vond ik vreselijk. Slaapgebrek, hormonen, een baby die alleen maar huilde. We kregen kaartjes met “Geniet van deze bijzondere tijd.” Maar ik dacht alleen maar: bijzonder kut. Ik voelde me eenzaam, opgesloten en ik wilde mijn oude leven terug.
Ik wilde het allemaal alleen doen: de nachten, het zorgen, het moederschap. Hulp van mijn moeder sloeg ik af, tegen vrienden zei ik dat het goed ging. Ondertussen liep ik mezelf volledig voorbij. Ik deed alsof, maar in werkelijkheid had ik Sepp urenlang in de draagzak omdat dat de enige manier was waarop hij stil bleef. Ik was kapot en begon weg te glijden in een postpartum depressie.
Uiteindelijk ben ik bij Hellen Kotte terechtgekomen. Eerst was ik sceptisch, maar toen ik haar ontmoette wist ik meteen: zij kan ons helpen. Ze kwam meerdere keren per week en ik leefde van afspraak naar afspraak. Met haar kon ik praten over alles wat ik niet meer met Pim deelde. Ze was mijn rots in de branding.
Sepp huilde maandenlang. Na onderzoek bij de kinderarts vonden ze geen medische oorzaak. Toch sliep hij alleen op mijn buik. Het werd steeds zwaarder. Op een gegeven moment was ik vier nachten achter elkaar wakker. Ik kon gewoon niet meer. Toen hebben we hem toch in het ziekenhuis laten opnemen. Ik voelde me de slechtste moeder ooit toen ik hem daar huilend achterliet. Pim reageerde er anders op, bijna opgelucht dat hij rust had. We groeiden steeds verder uit elkaar.
Het ging na een tijdje wat beter met Sepp, maar wij waren elkaar kwijt. Ik pakte mijn spullen en ging terug naar mijn ouders. Ik wilde scheiden. We gingen in therapie, allebei individueel en samen. Langzaam vond ik mezelf terug. Ik leerde mijn trauma’s verwerken, Pim de zijne, ik ging weer uit met vriendinnen en Sepp werd rustiger. En na negen maanden ben ik weer teruggegaan naar Pim.
Achteraf zie ik hoe streng ik voor mezelf was. Ik moest een goede moeder, vrouw, dochter zijn. Ik moest sporten. Ik moest meedoen met wat ik op Instagram zag. Ik mocht geen mentale problemen hebben. Ik cijferde mezelf totaal weg.
Nu doen we dat niet meer. We maken betere afspraken, praten meer, leggen de lat lager. We proberen minder te voldoen aan ‘hoe het hoort’. Ik heb geleerd om momenten voor mezelf te pakken. Ik ben een andere versie van mezelf geworden.
En misschien wel het belangrijkste: ik heb ervaren hoe waardevol het is om eerlijk te praten. Over hoe zwaar het kan zijn. Over de eenzaamheid, de druk, de gebroken nachten. Als ik dat eerder had geweten, had ik me minder alleen gevoeld. We worden voorbereid op de bevalling, maar daarna is het stil. Ook bij de verloskundige zou misschien ook al benoemd moeten worden dat het ook niet alleen maar leuk is om moeder te worden. Daarom deel ik mijn verhaal. Omdat ik weet dat er zoveel vrouwen zijn die dit herkennen en die net als ik mogen weten: je hoeft het niet alleen te dragen.



