Het moederschap heeft me gevormd en veranderd op manieren die ik van tevoren nooit had kunnen bedenken. Juist door alles wat ik zelf heb meegemaakt, voelde ik steeds sterker de wens om ook andere vrouwen bij te staan. Daarom heb ik me laten omscholen tot doula, zodat ik er mag zijn in die bijzondere en kwetsbare momenten rondom zwangerschap en geboorte.
Bij ons eerste kindje waren we behoorlijk overdonderd door alles wat er in die eerste tijd op ons afkwam. Er was veel bezoek en het voelde vaak druk in de kraamtijd. We dachten dat het er gewoon bij hoorde, maar wisten al snel dat we dit bij een tweede kindje anders zouden willen doen. Doordat het bedrijf waar ik werkte bezig was met een doorstart, had ik het geluk dat ik wat langer verlof kreeg. Maar toen ik weer aan het werk ging, voelde ik me steeds minder op mijn plek. Natuurlijk is het altijd wennen om na je verlof te beginnen, maar ergens bleef dat gevoel knagen: dit is het niet.
Op een gegeven moment kreeg ik veel last van mijn buik en menstruatie. De huisarts adviseerde te stoppen met de pil om te zien hoe mijn lichaam zou reageren. Ons oudste dochtertje was toen bijna een jaar en we vroegen ons af of we misschien voor een tweede kindje wilden gaan. Al snel was ik opnieuw zwanger. De zwangerschap verliep goed, tot week 28. Ik voelde me de hele week niet lekker en grapte onderweg naar de Koale Kermis in Ootmarsum dat het wel leek alsof ik weeën had. Op de kermis bleef het rommelen en we gingen snel naar huis. Thuis belde ik de verloskundige, deed wat ze adviseerde, maar mijn gevoel zei dat het niet klopte. Toen ze zelf langskwam, vertrouwde ook zij het niet en stuurde ons door naar het ziekenhuis. Daar zagen ze dat er weeënactiviteit was en dat mijn baarmoedermond al aan het verstrijken was. Ik kreeg weeënremmers en longrijping toegediend, voor het geval ons kindje te vroeg zou komen. De remmers sloegen gelukkig aan, maar de angst was groot. We waren bang dat ons kindje met 28 weken geboren zou worden.
Gelukkig bleef het rustig en week na week verstreek. Vanaf 38 weken rommelde het opnieuw en bij 39 weken begon de bevalling echt. Eerst leek er nog weinig ontsluiting, maar later die dag werd het heftiger. Toen mijn vliezen werden gebroken, bleek dat ons kindje in het vruchtwater had gepoept. We moesten naar het ziekenhuis en toen ging het razendsnel. Binnen een half uur ging ik van 1,5 cm naar 7 cm. Ik stond onder de douche, compleet in paniek, maar niemand leek me echt rustig te maken. Ik smeekte om pijnstilling, maar dat was al te laat. In mijn wanhoop deed ik alsof ik persdrang had, gewoon om iets te kunnen doen met de oerkracht die door me heen ging. Uiteindelijk verliep de bevalling snel, al gebeurden er dingen die ik niet wilde en die niet met mij waren overlegd. Ons dochtertje werd gezond geboren en na één nachtje ziekenhuis mochten we naar huis.
We deden het daarna rustiger aan dan bij de eerste, maar echt rustig genoeg was het nog steeds niet. Door corona had ik langer verlof, maar tegelijkertijd zat ik veel alleen met twee kleine kinderen, omdat mijn vriend werkte en de opvang dicht was. Terug naar mijn werk voelde opnieuw niet goed. Ik wist dat ik iets wilde doen rondom zwangerschap en geboorte. Kraamzorg misschien? Of verloskunde? Maar met twee kleine kinderen zag ik die studie niet zitten. Doula had ik wel eens gehoord, al vond ik het eerst wat zweverig. Toch verdiepte ik me erin en toen ik de opleiding in Utrecht begon, wist ik: dit is het. Eindelijk gelijkgestemden, eindelijk het gevoel dat ik op mijn plek was.
Tijdens een opleidingsweekend stortte ik in. Ik werd getroost door drie klasgenoten en dat moment, vrouwen die elkaar dragen, raakte me diep. Ook in mijn werk liep ik vast. Ik ging de ziektewet in, lag dagenlang in bed en huilde. Pogingen om terug te keren mislukten en ik wachtte eigenlijk alleen nog op bevestiging van mijn vriend om te stoppen. Toen hij dat zei, was er naast angst vooral ook opluchting en kreeg ik weer energie. Omdat doula nog zo onbekend is in Twente startte ik een nagelsalon, van oorsprong ben ik schoonheidsspecialiste. Maar mijn wens bleef: vrouwen bijstaan bij de bevalling om hen een zo fijn mogelijke ervaring te geven. Dus ik maakte de opleiding af en ging ook als doula aan de slag.
Toen onze dochters 5 en 3 waren, gingen we op vakantie naar Frankrijk. Het was een heerlijke vakantie zonder slaapjes of hapjes, een normaal ritme en dat voelde als een verademing. We hadden de wens voor een derde altijd in het midden gelaten maar voor het eerst dacht ik: het is goed zo. We spraken uit dat ook naar elkaar uit. Maar eenmaal thuis bleef mijn menstruatie uit. Ik deed een test, overtuigd dat hij negatief zou zijn en zag direct een streepje. Zwanger. Ik raakte in paniek. Dit kon niet. We hebben gehuild, gepraat, zelfs informatie gezocht over abortus. Tijdens een wandeling hakten we de knoop door. Dit kindje hoort er bij ons. In de auto daarna lag er een wit veertje tussen ons in, voor mij een teken dat het goed was. Vanaf dat moment konden we ons eraan overgeven.
Het was een fijne zwangerschap, al bleef de angst voor vroegtijdige weeën aanwezig. Toen ik 34 weken zwanger was, kreeg ik opeens over mijn hele lichaam een ondraaglijke jeuk. Meteen dacht ik: dit is niet goed. De verloskundige vroeg of ik jeuk had op mijn voetzolen of handpalmen. Dat waren toevallig de enige plekken waar ik géén jeuk had. “Dan hoort het gewoon bij de zwangerschap,” zei ze, “het is geen zwangerschapscholestase.” Ik wilde haar geloven, maar ergens bleef er een naar gevoel knagen.
Na een paar dagen vertrouwde ik het toch niet meer. Mijn urine was knaloranje geworden en mijn gevoel zei dat er meer aan de hand was. Ik belde opnieuw de verloskundige, en deze keer mocht ik bloed laten prikken. Diezelfde middag kreeg ik al telefoon: het was toch zwangerschapscholestase. Een leveraandoening waarbij de galafvoer wordt belemmerd, waardoor galzouten zich ophopen in je bloed. Dat veroorzaakt niet alleen intense jeuk, maar kan ook gevaarlijk zijn voor de baby, met risico’s als vroeggeboorte of zelfs sterfte.
De cijfers logen er niet om: boven de 10 micromol per liter geldt als galstuwing, boven de 40 is ernstig. Ik had 179. Ik schrok me rot. Aan de telefoon kreeg ik het advies om goed te letten of de baby genoeg bewoog. Natuurlijk ging ik daarna googelen en wat ik las zorgde opnieuw voor angst. Hoe moest ik ooit rustig blijven?
Die avond belde ik weer het ziekenhuis. We mochten langskomen en ik kreeg medicijnen, maar ze konden niet zeggen of mijn waarden hierdoor echt zouden dalen. Hun uitleg bleef vaag en ik voelde me niet gerustgesteld. Wel spraken ze af dat ik laagdrempelig mocht bellen en regelmatig een CTG zou krijgen. Gelukkig was de baby die dagen lekker druk, dat gaf me wat vertrouwen.
Tot die ene zaterdagmiddag. Na een dutje werd ik wakker en voelde… niets. Geen schopjes, geen beweging. Ik ging op mijn linkerzij liggen en wachtte een half uur, maar er gebeurde nog steeds niets. In paniek belde ik het ziekenhuis. Daar kreeg ik het advies om nog een uur te wachten, ik mocht niet langskomen. Maar ik wist dat dit niet was wat we hadden afgesproken. Uiteindelijk voelde ik hem weer bewegen, maar ik wist ook: zo wil ik dit niet nog weken volhouden. In een volgend gesprek spraken we af dat ik voortaan altijd meteen mocht komen als ik het niet vertrouwde. Dat gaf iets meer rust.
Omdat zwangerschapscholestase risico’s met zich meebrengt, moest ik worden ingeleid. Het werd een bevalling zoals ik hem gewenst had. Rustig, in bad (al moest ik daar weer voor vechten), met de regie bij mij. Het was de meest medische bevalling die ik heb gehad, maar tegelijk de mooiste.
Toen onze kleine veilig en gezond in mijn armen lag, voelde ik overweldigend geluk. Tegelijk besefte ik iets pijnlijks: dit zou de laatste keer zijn. Het voelt soms alsof er een stukje van mij afgesloten is. Nooit meer zwanger zijn, nooit meer een bevalling meemaken. Het is een vorm van rouw waar weinig over gesproken wordt. Alsof je er niet over mag voelen, terwijl het verdriet soms diep kan zitten.
Toch heb ik geleerd dat dit soort rouw er mag zijn, ook midden in het geluk van het moederschap. Het mag verdrietig voelen, het mag gemis zijn, zonder dat het afdoet aan de vreugde die er tegelijkertijd is. Ik geniet intens van mijn kinderen en van het leven dat we nu samen hebben, maar dat gemis mag er ook zijn. Het één sluit het ander niet uit. Juist dat wil ik andere vrouwen meegeven: dat al die gevoelens naast elkaar mogen bestaan. Dat je mag vieren wat er is en tegelijk ruimte mag geven aan wat je moet loslaten.



